Een wandeling door Klarendal.
Authentieker kan het haast niet.
Ik loop door de straten en ergens tussen de kleine huisjes, de stoepen en de gevels lijkt het verleden mij tegemoet te komen. Ik ruik het bijna. Ik zie het voor me. De arbeiders die hier vanaf ongeveer 1830 hun kleine woningen kregen, nadat Arnhem zich buiten zijn oude vestingmuren begon uit te breiden. Klarendal werd Arnhems eerste echte volkswijk. Geen wijk van grote herenhuizen en brede lanen, maar van kleine woningen, smalle straten en mensen die hard moesten werken voor hun bestaan.
En misschien is dat precies wat mij zo aantrekt.
Ik houd van plekken waar het leven niet is gladgestreken. Waar je aan een gevel kunt zien dat er geleefd is. Waar huizen niet perfect hoeven te zijn om mooi te zijn. Kijk eens naar die kleine Klarendalse huisjes. Ze zijn knus, karakteristiek en hebben iets eigens. Geef mij zo'n huisje en ik maak er een paleisje van.
Klarendal heeft trouwens nogal wat meegemaakt.
De wijk groeide aanvankelijk zonder een groot stedenbouwkundig plan. Kleine aannemers bouwden arbeiderswoningen, waardoor in sommige delen erbarmelijke woonomstandigheden ontstonden. Ziekten maakten slachtoffers en armoede was geen uitzondering. Later kwamen er onder meer het Luthers Hofje en de Mussenbuurt, plekken die nog altijd iets van die oude wijk vertellen.
En dan staat daar ineens de Klarendalse Molen, officieel De Kroon. Klarendals trots. De molen werd in 1870 vanuit de Amsterdamseweg naar Klarendal verplaatst. Ik vind het altijd bijzonder wanneer zo'n gebouw de geschiedenis gewoon heeft overleefd. Terwijl om hem heen de wijk veranderde, bleef hij staan.
Maar Klarendal kent ook een donkere bladzijde.
In de jaren zeventig en tachtig raakte de wijk sterk verloederd. Bewoners kwamen in 1970 al in opstand tegen de verloedering. Later namen drugs, prostitutie en overlast zulke vormen aan dat bewoners het woord Tranendal gebruikten. In 1989 kwam het zelfs tot een grote drugsopstand. Bewoners waren de situatie zat en vernielden drugspanden; de ME moest eraan te pas komen.
Als ik daar nu doorheen wandel, moet ik daar toch even bij stilstaan.
Want een wijk kan een verleden hebben, maar een wijk is niet zijn verleden.
Dat zie je hier misschien wel beter dan ergens anders.
In 2007 werd Klarendal één van de veertig zogenoemde Vogelaarwijken. De toenmalige minister voor Wonen, Wijken en Integratie, Ella Vogelaar, wilde niet alleen stenen aanpakken, maar juist ook kijken naar leefbaarheid, veiligheid, onderwijs, integratie en de kansen van bewoners. Zij bezocht de wijken zelf en luisterde naar mensen die er woonden. Klarendal was één van die veertig wijken.
De naam Vogelaarwijk bleef aan Klarendal kleven, maar inmiddels voelt die naam bijna als een stukje geschiedenis.
Want kijk waar Klarendal nu staat.
Het Modekwartier bracht vanaf het midden van de jaren 2000 nieuwe energie. Leegstaande en verwaarloosde panden werden opgeknapt en kregen een nieuwe bestemming als ateliers, winkels en werkplaatsen voor ontwerpers en creatieve ondernemers. De wijk kreeg kleur, creativiteit en nieuwe bedrijvigheid.
En toch is het verhaal niet af.
Dat vind ik misschien juist zo mooi.
Er zijn nog steeds problemen. Armoede is niet verdwenen. Integreren en je weg vinden in de samenleving is voor sommige bewoners nog altijd ingewikkeld. Er is nog overlast. De wijk is niet ineens een perfecte ansichtkaart geworden.
Maar waarom zou dat moeten?
Een stad bestaat toch juist uit mensen die allemaal hun eigen verhaal meenemen?
Ik wandel hier in mijn geliefde Arnhem. Een stad die mij iedere keer opnieuw iets laat zien. En Klarendal laat mij vandaag vooral zien dat een wijk niet af hoeft te zijn om mooi te zijn.
Hier is afgebroken.
Hier is gevochten.
Hier is geleden.
Hier is gesloopt.
Hier is opnieuw gebouwd.
Hier is gerestaureerd.
En hier is vooral doorgegaan.
Misschien is dat wel de kracht van Klarendal.
De geschiedenis zit hier niet achter glas in een museum.
De geschiedenis woont hier gewoon tussen de mensen.
En dan denk ik nog even aan Ella Vogelaar.
Zij overleed in 2019, 69 jaar oud, na jarenlang met depressies te hebben geworsteld. Haar leven eindigde tragisch door zelfdoding.
Het raakt me dat een vrouw die zich zo sterk maakte voor buurten, mensen en samenleven uiteindelijk zelf zo diep kon vallen.
Misschien is dat ook een les die bij Klarendal past.
Achter een voordeur weet je nooit helemaal wat zich afspeelt. Achter een mooie gevel kan verdriet wonen. Achter een rommelig huis kan liefde schuilgaan. Achter iemand die je op straat voorbijloopt, kan een heel leven zitten.
Daarom kijk ik vandaag anders naar Klarendal.
Niet als een oude volkswijk die ooit problemen had.
Maar als een wijk die heeft gevochten om zichzelf te worden.
Ik voel me hier thuis.
Ook al woon ik er niet.
En terwijl ik verder wandel, kijk ik nog één keer om naar die kleine huisjes.
Ja…
Geef mij zo'n Klarendals huisje maar.
Ik maak er wel een paleisje van.
Ik kom terug met een gids.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.