woensdag 26 augustus 2026

2026 week 35

 Week 35, ga toch weg

Augustus '26

Een maand vol emoties.
Een maand die mij verwart, pijn doet en overvalt.
Een maand waarin het ene leven mij werd gegeven en een ander leven uit mijn handen glipte.

Vijfenveertig jaar geleden gaf augustus mij mijn zoon Daniel. Mijn wereldwonder. Mijn kind, mijn liefde, mijn leven.

Maar augustus draagt ook een andere herinnering met zich mee. Een herinnering die al 36 jaar onder mijn huid zit.

Inmiddels zitten we in het jaar 2026 week 35. 

Gadverdamme, week 35.
Ga toch weg. Laat me met rust.
Ik wil ademen. Ik wil leven voelen, in plaats van alleen maar er zijn.

Want  dit jaar week 35 is de week waarin jij verdween.

Dick.

Mijn Dick.

Je was 34 jaar. Ik was jong en wist nog zo weinig van wat er in een mens kan omgaan. Van wanhoop. Van de stilte die iemand van binnen kan omsluiten. Van gedachten die voor een ander onzichtbaar blijven. 

Ik zag het niet.

Dat is misschien wel de zin die ik al 36 jaar met mij meedraag.

Ik zag het niet.

25, 26, 27, 28, 29 augustus 1990.

Soms sluit ik mijn ogen en ben ik daar weer.

In die laatste maand.
In die laatste dagen.
Bij jou.

Ik zie je.

Ik zie je prachtige, helderblauwe ogen. Die doordringende ogen die zo veel konden zeggen zonder woorden. Je kijkt naar mij. Je mond beweegt.

Maar ik hoor je niet.

Wat zeg je?

Wat wilde je mij vertellen?

Was er een teken dat ik had moeten begrijpen? Een hand die ik had moeten vasthouden? Een vraag die ik had moeten stellen? Had ik beter moeten kijken? Had ik je kunnen tegenhouden? Had ik je kunnen helpen?

Had ik het kunnen zien aankomen?

Dat zijn vragen waarvoor ik al 36 jaar geen antwoord heb.

En misschien is dat wel het zwaarste van alles.

Want hoe leg je iets neer waar je nooit een antwoord op hebt gekregen?

Week 35 een week van zoeken.

Van wachten.

Van onzekerheid.

Van hoop die telkens weer werd aangeraakt en daarna opnieuw verdween.

Je was spoorloos.

En ik.....

Ik zocht.

De uren werden dagen. De dagen werden een soort werkelijkheid waar ik niet in wilde leven. Je moest ergens zijn. Je moest terugkomen. Er moest een verklaring zijn.

En toen kwam de dag waarop je werd gevonden.

De dag waarop wachten veranderde in weten.

Maar weten bleek niet beter dan niet weten.

Integendeel.

Het werd een weten dat ik de rest van mijn leven zou moeten meedragen.

Zelfdoding.

Een woord dat ik liever niet schrijf, omdat er zoveel pijn achter zit. Omdat het voor mij nooit alleen maar een woord is geweest. Het is jouw dood. Het is mijn gemis. Het is de vraag waarom. Het is de leegte die achterbleef.
3 kinderen zonder hun papa, week 35 en alles was plotseling anders.

En ergens tussen al die jaren is ook boosheid gekomen.

Boos op jou.

Omdat je ging.

Omdat je mij achterliet met zoveel vragen en 3 kinderen hun papa ontnam.

Omdat jij misschien dacht dat er geen andere uitweg meer was.

En tegelijk ben ik boos op mezelf.

Omdat ik het niet zag.

Omdat ik mezelf al 36 jaar vertel: had ik maar...

Had ik je tegen kunnen houden?

Had ik je kunnen helpen?

Had ik iets kunnen zeggen waardoor je was gebleven?

Ik weet het niet.

En misschien moet ik eindelijk leren dat ik dat antwoord nooit zal krijgen.

Maar mijn gevoel luistert niet altijd naar mijn verstand.

Mijn gevoel blijft teruggaan.

Naar die laatste dagen.

Naar die laatste vijf minuten.

Die vijf minuten zou ik zo graag opnieuw willen beleven.

Ik zou ze opnieuw willen doen.

Ik zou de tijd willen terugdraaien, precies daar, en deze keer anders handelen. Deze keer beter kijken. Deze keer je vasthouden. Deze keer niet loslaten.

Ik zou aan het einde van week 35 willen dat jij er nog bent.

Maar ik kan de tijd niet terugdraaien.

Ik kan het niet ongedaan maken.

En dat doet nog steeds pijn.

36 jaar.

Zesendertig levensjaren verder.

Een heel leven waarin jij er niet meer was.

En toch ben je er.

Dat klinkt onmogelijk, maar zo voelt het.

Je bent er in herinneringen.
In een blik.
In een lied.
In een geur.
In een bepaalde dag.
In augustus.

En vooral in week 35.

Soms voelt het alsof mijn lichaam zich iets herinnert wat mijn hoofd allang niet meer iedere dag bewust weet.

Onbewust danst het leed door mijn lichaam.

Daarom kan deze week mij zomaar overvallen.

Daarom kan augustus zo dubbel voelen.

Want augustus gaf mij mijn zoon.

En augustus nam jou van mij af.

Twee levensgebeurtenissen die voor altijd naast elkaar zullen bestaan.

Liefde en verlies.

Begin en einde.

Geluk en verdriet.

En misschien is dat waarom augustus mij zo in de war brengt.
Laat wankelen.

Ik wil niet dat week 35 mijn hele augustus wordt.

Ik wil niet dat jouw dood het enige is wat deze maand betekent.

Maar ik wil jou ook niet vergeten.

Dat is mijn eeuwige worsteling.

Ik wil de pijn kwijt.

Maar niet de herinneringen.

Ik wil de last uit mijn ziel.

Maar niet jou uit mijn leven.

Ik zou willen dat ik het verdriet kon neerleggen zonder jou neer te leggen.

Misschien is dat wat ik na 36 jaar langzaam mag leren.

Dat ik niet schuldig ben omdat ik niet wist wat jij zelf misschien niet kon vertellen.

Dat liefde niet betekent dat je altijd kunt zien wat er in een ander omgaat.

Dat ik toen alleen kon handelen met wat ik toen wist.

Niet met de kennis die ik nu, 36 jaar later, heb.

Dat maakt het gemis niet kleiner.

Het maakt week 35 niet minder pijnlijk.

Maar misschien kan het de schuld een klein beetje zachter maken. Wie weet, wie zal het zeggen.

Want Dick, ik heb je niet willen missen.

Ik heb je niet laten gaan.

Ik wist niet dat ik je moest vasthouden.

En misschien is dat het zinnetje dat ik na 36 jaar eindelijk eens tegen mezelf moet zeggen.

Je wist het niet.

Vandaag, 36 jaar later, mis ik je nog steeds.

Soms stil.

Soms hard.

Soms als een stomp in mijn maag.

Soms als een leegte die door merg en been gaat.

En soms met boosheid.

Ik mis je en ik ben boos op je.

Ik hou van je en ik ben teleurgesteld in mijzelf en jou.

Ik begrijp het niet en misschien zal ik het nooit begrijpen.

Maar jij bent niet enkel mijn verleden.

Je bent onderdeel van mijn leven.

Een leven waarin ik verder ben gegaan, terwijl een stukje van mij op die dagen in augustus 1990 is blijven staan.

Bij jou.
Bij die laatste vijf minuten.
Bij jouw blauwe ogen.
Bij je bewegende mond.
Bij de vraag die ik nooit meer kan stellen:
Wat wilde je mij zeggen?

En dus komt week 35 ieder jaar weer.

Ik zie haar aankomen.

Ik voel haar al voordat ik doorheb waarom.

Mijn lichaam weet het eerder dan mijn hoofd.

Maar dit jaar wil ik haar iets anders zeggen.

Week 35, ga toch weg.

Je hoeft mij niet mijn hele leven te blijven straffen.

Je mag voorbijgaan.

Je mag mij herinneren aan wat er is gebeurd, maar je hoeft mij niet opnieuw mee te nemen naar die laatste dagen.

Ik mag verdriet hebben.

Ik mag boos zijn.

Ik mag je missen.

Ik mag zelfs nog steeds niet begrijpen waarom.

Maar ik mag ook ademhalen.

Ik mag leven.

En jij mag blijven bestaan in mijn herinneringen, zonder dat ik iedere keer opnieuw met je mee hoef te sterven.

36 jaar later.

Jij voor altijd 34.

Ik inmiddels zoveel meer ouder.

3 kinderen zonder vader zonder jou.

Een heel leven verder.

En toch kijk ik soms nog naar die prachtige helderblauwe ogen.

Je kijkt naar mij.

Je mond beweegt.

Ik hoor je nog steeds niet.

Maar misschien hoef ik vandaag niet meer te weten wat je zei.

Misschien is het genoeg dat ik weet:

ik heb van je gehouden.
ik heb je gemist.
ik mis je nog steeds.

En dat zal nooit veranderen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.