Ik sla de bladzijde van de krant open. Mijn oog valt onderaan de pagina op een berichtje:
‘Surinaamsche postzegelmeisje Beer, 100 jaar, overleden.’
„Aaaa…”, roep ik hardop. Het raakt me meteen. Misschien wel meer dan ik had verwacht.
Ik kijk naar de foto.
En dan zie ik mijn moeder.
Niet letterlijk natuurlijk, maar de gelijkenis is voor mij ineens opvallend groot. Vooral in haar laatste dagen. Mijn moeder, een mooie vrouw met pikzwart haar en grote, donkere ogen. Maar tijdens haar ziekte veranderde haar gezicht. Haar zwarte haar was inmiddels helemaal wit geworden en haar grote ogen waren diep in hun kassen gezonken. Een gezicht dat getekend was door alles wat haar lichaam had moeten doorstaan.
En daar zit Beer.
Op de foto is ze een prachtige jonge vrouw. Twaalf jaar oud, zo lees ik, toen ze op een Surinaamse postzegel terechtkwam. Een meisje met een bijzondere uitstraling. Een gezicht dat blijkbaar zoveel indruk maakte dat het op een postzegel werd vereeuwigd.
Beer werd geboren uit een Franse moeder en een Surinaamse vader. Ze heeft, opmerkelijk genoeg, nooit Suriname bezocht. Toch werd juist haar gezicht een klein stukje geschiedenis van Suriname.
Ik lees verder.
Beer kende dichteres Hanny Michaelis, de vrouw die later de partner van schrijver Gerard Reve zou worden. Beer was zelfs getuige bij hun huwelijk.
Wat moet dat bijzonder zijn geweest. Een meisje dat ooit als postzegelmeisje werd gefotografeerd en later getuige mocht zijn bij het huwelijk van twee mensen die zo'n bijzondere plek in de Nederlandse literatuur zouden krijgen. Het zijn van die kleine lijntjes in een mensenleven die je pas achteraf ziet en waarvan je denkt: wat moet dat een bijzonder moment zijn geweest.
En dan haar honderdste verjaardag.
Beer werd honderd jaar. Vier maanden later overleed ze, op 23 juli 2026.
Toen zij honderd werd, kreeg ze een persoonlijke felicitatie van koning Willem-Alexander. Geen standaard kaartje dat ergens in een la verdween. Nee, deze kaart kreeg een plek aan de muur. Daar heeft hij tot aan haar overlijden gehangen.
Een eeuw leven samengevat in een paar regels in de krant. Een foto van een jong meisje dat ooit op een postzegel stond. Een oude vrouw die haar jongere zusjes overleefde en uiteindelijk als honderdjarige afscheid nam van het leven.
En terwijl ik nog eens naar haar foto kijk, blijf ik aan mijn moeder denken.
Misschien is het juist daarom dat dit kleine overlijdensbericht mij zo raakt. Omdat je soms in het gezicht van een onbekende ineens iemand terugziet die je wél kent. Omdat een foto van een honderdjarige vrouw je zomaar terug kan brengen naar de laatste dagen van je eigen moeder.
Beer was bijzonder en uniek, tot het laatst. Mijn moeder ook.
Haar leven liep, zo lees ik, bepaald niet altijd over rozen. Maar ze werd honderd jaar en vier maanden. Ze droeg haar geschiedenis met zich mee, zonder dat ik haar ooit gekend heb.
Ik kijk nog één keer naar haar foto.
Dan denk ik:
Rust nu maar uit, Beer.
Je hebt een lange weg afgelegd.
Van een prachtig jong meisje op een postzegel naar een vrouw van honderd jaar en vier maanden.
Een heel leven tussen twee foto's.
En ergens, heel even, leek jouw gezicht op dat van mijn moeder.
Misschien is dat wel de reden waarom ik je vandaag niet zomaar voorbij kan bladeren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.